Technologie

Dit onderdeel gaat over het technologisch onderzoek binnen het Museum of Things for People project.

Doel

Design Museum Gent wil proactief op zoek gaan naar waardevolle use-cases voor het inzetten van Internet of Things technologie in een culturele/museum context. Het idee gaat over het tracken van bezoekers in het museum (sensing) en hen op basis van hun bewegingen en voorkeuren sturen, zowel binnen als buiten het museum (actuation). Het ultieme doel is om bezoekers ook na het bezoek te begeleiden richting andere musea/culturele activiteiten/designcollecties die passen binnen hun voorkeuren, waardoor het museum nieuwe inzichten krijgt in hun beleving en eveneens ook dieper inzicht krijgen in wie de museumbezoeker is.

Als testcase wordt de tentoonstelling ‘Object Stories’ binnen de huidige museumsite genomen. Het gaat om 1 verdiep van de vleugel uit 1992 dat ruwweg 500 m2 omspant en 200 verschillende objecten heeft staan. Geen chronologisch parcours of een opstelling in functie van één overkoepelend thema. Wel combinatie van typologische groepering van objecten (stoelen, tafels, verlichting, vazen, …) en installaties / hedendaagse ‘stijlkamers’ (centraal in de opstelling). Bezoeker heeft de keuze om de opstelling vrij te bezoeken, of via een of meerdere van vijf thematische routes (Commissions & Commissioners, Making Matters, Curiosity, Responsible Objects) d.m.v. een bezoekersgids, waarin telkens tien objecten diepgaander worden toegelicht.

Resultaten

Deze opdracht gaat om het opzetten van een prototype dat ons toelaat om met testgebruikers en echte bezoekers onze these te testen. We voorzien 2 componenten in deze opdracht:

Capteer Component

We nemen geen voorafnames naar de soort technologie, kan het via beacons, computer vision, wearables, lidar, ultra-wideband technologie, noem maar op. Oplossingen kunnen één technologie gebruiken, maar kunnen evengoed bestaan uit een multisensorieel netwerk van verschillende sensoren.

Suggereer Component

Op basis van de tracking data, de data die we hebben over de design-objecten die vast in de ruimte staan en open cultuur data over POI’s en interessante events in de stad willen we profielen opbouwen die we kunnen toeleiden naar andere interessante plekken in de stad.

Analyse hardware

Vooronderzoek hardware

Via desk research zijn we op zoek gegaan naar IoT devices die kunnen dienen voor indoor positionering. De meeste usecases steunen op 7 soorten technologieën:

  • Camera’s Camera’s kunnen aan de hand van gezichtsherkenning ook aan indoor positionering doen. De camera’s nemen een baseline, ook gekend als puntenwolk van je gezicht om nadien aan de hand van deze herkenningssoftware je positie te bepalen. Dit kan ook aan de hand van body tracking. Een andere methode is via beeldherkenning, waarbij beelden van mensen of objecten via een neuraal netwerk worden gedetecteerd en gevolgd.

  • LIDAR LIDAR of LIght Detection And Ranging of Laser Imaging Detection And Ranging is een technologie die de afstand tot een object of oppervlak bepaalt door middel van het gebruik van laserpulsen en wordt gebruikt bij zowel indoor positionering alsook zelfrijdende voertuigen.

  • VLP Speciale LEDs die een onmerkbaar flikkerend licht uitsturen dat kan gedetecteerd worden door een licht detector, die aan een bezoeker of zijn / haar smartphone wordt gekoppeld. Elke lamp heeft z’n eigen ID die hij uitstuurt naar de ontvangende apparaten, het apparaat kan dan op die manier de positie berekenen.

  • UWB Ultra Wide Band is een radio frequentie technologie waarmee een grote hoeveelheid gegevens bij een hoge snelheid kan worden verzonden. Dit is mogelijk door gegevenspakketjes over een brede frequentieband te spreiden, waardoor ze parallel kunnen worden verzonden. UWB staat bekend voor lage energieconsumptie en korte afstand van bereik.

  • WIFI Een Smartphone die een WiFi signaal kan ontvangen zal afhankelijk van de software en of deze functie aanstaat een signaal uitsturen. Ook dit signaal kan gebruikt worden om in bepaalde mate de positie van personen te bepalen. Dergelijke manier van Wifi sniffing wordt ook gebruikt voor passantentellingen in het openbaar domein.

  • BLE Bluetooth Low Energy is een versie van Bluetooth die zeer weinig stroom verbruikt en bedoeld is voor sensoren en accessoires met weinig vermogen. Deze versie is ideaal voor toepassingen die geen continue verbinding vereisen, maar wel een lange batterijduur.

  • RFID Radio-frequency identification (identificatie met radiogolven, RFID) is een technologie om van een afstand informatie op te slaan in en af te lezen van zogenaamde RFID-tags die op of in objecten of levende wezens zitten, bijvoorbeeld in chipkaarten die gebruikmaken van NFC, of tags aan de oren van koeien.

Het bleek wel niet evident om een objectieve vergelijking te maken tussen deze verschillende indoor positie technologieën. Enerzijds door grote variaties in online referenties kunnen we geen exacte cijfers bij de technologie plaatsen ifv accuraatheid, actieradius en latency. Anderzijds omdat sommige oplossing eerder een vorm van sensor fusion vormen, een combinatie van meerdere types sensoren waardoor er andere cijfers kunnen beloofd worden. Vandaar dat we met een kleursysteem en indicatie systeem werken in onderstaande tabel. Aan de hand van de State-of-the-art analyse van imec via het credit systeem hebben we aantal parameters kunnen concretiseren.

Daar hoort natuurlijk de disclaimer bij dat de theoretische eigenschappen van de technologische standaard of het protocol één ding zijn, de praktische uitwerking ervan zal uiteindelijk de performantie en de kost bepalen.

De enige objectieve analyse kunnen we maken is deze op basis van de binnengekregen offertes, alsook de effectief geteste technologie van de gegunde leverancier.

Technologie type

Camera

LIDAR

VLP / VLC

UWB

WiFi (RTT)

BLE

(5.1)

RFID

Infra-

rood

Precisie

CM level

MM level

20 - 50CM

5-30 CM

5-10M

(1-2M)

3-5M

(1-2M)

CM to M level

Sub mm level

Actieradius

Max 5-10M

Max 50-100M

Max 10M

Max 50M

Max 20M

Max

20M

Max 3M

Max 10M

Latency

<1s

<1s

<1s

<300ms

<1-5s

<1-5s

<1s

<50ms

Maturiteit

Medium

Hoog

Laag

Hoog

Medium (laag)

Hoog

(laag)

Hoog

Prijs

Hoog

Hoog

Hoog

Medium

Medium

Laag

Laag

Laag

Opt-in

Nee

Nee

Ja

Ja

Nee

Ja

Ja

Nee

Voorgestelde technologie POC

We hebben iets dieper inzicht verworven in de verschillende technologieën om de aanbesteding op te maken. Tijdens dit onderzoek kregen we geen voorkeur voor een bestaande technologie of protocol. We hebben dus geen richting gegeven in de aanbesteding met betrekking tot de soort technologie. De bedoeling was om voorgestelde implementaties te kunnen vergelijken met elkaar.:

  • Ultra Wideband anchors Pozyx

Op elk verdiep worden een aantal UWB-ontvangers (genaamd ankers) geïnstalleerd. In de ruimte kunnen dan een aantal tags gepositioneerd worden met een nauwkeurigheid van maximaal 10 cm (minimaal 30 cm) en aan een update rate van 1 Hz (meerdere posities per seconde). Concreet worden deze tags aan de bezoekers meegegeven. De impact van objecten binnen de ruimte op het signaal is veel kleiner dan bvb. bij Bluetooth low energy.

  • Camera Tracking

De eerste camera maakt een model of baseline van elk gezicht dat in de ruimte komt. Hierdoor kunnen de verschillende personen gevolgd worden doorheen het museum. De camera’s kunnen ook het sentiment van elk individu registreren, alsook geslacht en leeftijd inschatten.

  • YooBee sensors (BLE)

Deze oplossing lijkt sterk op de UWB anchors, maar maakt gebruik van een bluetooth low energy signaal in combinatie met accelerometers en gyroscoop. Er is 1 YooBee base station en meerdere sensoren op de muren van het museum. De bezoekers dragen een tracker dewelke kan gevolgd worden door de sensoren op de muren. De accuraatheid is van deze oplossing is 0.4 tot 1m. De update rate is 1Hz.

  • BLE tracking via app

Een smartphone app maakt het mogelijk om via bluetooth beacon technologie de positionering van een gebruiker in het museum te bepalen. De beacons worden eenvoudig geplaatst met behulp van hechtmiddelen. Ze hebben ook een lange levensduur en maken gebruik van standaard lithium-ion batterijen.

Conclusies

Aan de hand van eigen onderzoek en de State of the art analyse zijn we tot de conclusie gekomen dat voor de case die we voor ogen hebben accuraatheid van de technologie een kernfactor is. En tweede kernfactor is dan de waarde voor een museum om deze technologie in te zetten. Waarde zien we als een samenhang tussen de kostprijs (zowel aankoop alsook installatie prijs), de Technology Readiness Level of maturiteit van de technologie, maar ook de overhead voor zowel de bezoeker als het museum zelf (extra taken en verwachtingen voor de ticketbalie, IT-medewerkers of publiekswerking). Op basis van die twee parameters en het omgevingsanalyse hebben wij onderstaand spreidingsdiagram gemaakt met een aantal clusters.

Cluster 1 (Rood) - Motion Capture: Dit is een technologie met hoge accuraatheid, maar dit vergt infrarood markers op het lichaam en camera’s om accuraat te werken waardoor je ruimte volledig moet bezet met camera’s wat heel intrusief kan overkomen voor de bezoeker. Het vergt ook dat bezoekers infrarood markers op hun schoenen, gezien en/of kleding moeten bevestigen om getraceerd te worden waar volgens ons bezoekers heel terughoudend over zullen zijn. De overhead is dus te groot.

Cluster 2 (Paars) - VLP en WiFi RTT: Beide technologieën scoren laag op waarde voor het museum gezien dit nog zeer jonge technologieën zijn. We kunnen dus noch de prijs van dergelijke indoor positioneringssystemen inschatten, noch in welke mate we deze grondig kunnen inzetten. De randvoorwaarden zijn ook niet even ideaal. Voor VLP heb je vaak een photodetector adapter nodig om aan een ontvangapparaat te koppelen en bij WiFi RTT heb je ook een WiFi Connected Device zoals een smartphone nodig.

Cluster 3 (Geel) - LIDAR en (thermische) camera’s: Dit zijn systemen met vaak een hoge nauwkeurigheid maar wel de nodige bezorgdheden of data-minimalisme en privacy gezien de technologieën meer in categorie van beeldopname vallen. In functie van de GDPR is het dus hier belangrijk om goed na te denken over anonimisatie en de wenselijkheid van dergelijke technologieën in de publieke sfeer.

Cluster 4 (Blauw) - BLE, PIR en RFID - Dit zijn technologieën die courant gebruikt worden voor passantentellingen, aanwezigheidsdetectie en indoor positionering. Deze zijn vaak minder accuraat maar wel betaalbaar om mee aan de slag te gaan. Er zijn per technologie wel bepaalde beperkingen. Zoals bij RFIDs zou je heel veel punten moeten hebben die RFID geconnecteerd zijn om te bepalen waar iemand zich bevindt. Dit is eerder interessante technologie om ergens in te checken of iets te activeren. PIR detecteert eerder hitte die wij als warmbloedig wezen uitstoten en is vrij geanonimiseerd, maar ook niet heel nauwkeurig. De Krook heeft hier een testopstelling rond opgezet die in een ruw rooster van de plattegrond wel kan bepalen waar mensen zich bevinden. Bluetooth daarentegen kan preciezer de positie en de route van bezoekers bepalen en is tot op vandaag de meest gebruikte technologie voor dergelijke cases.

Cluster 5 (Groen) - BLE en UWB: Ook aan deze cluster hebben we BLE toegevoegd gezien de capaciteiten kan deze technologie ook voldoende tracken, met de voorwaarde dat je een heel open scenografie hebt al museum, wat betekent dat de verschillende stukken zich één of meerdere meters van elkaar bevinden. In zo een geval kan BLE grotendeels zijn werk doen. Bij een dichtere scenografie moet je eerder kijken richting Ultra Wide Band, waarbij de accuratie veel groter is (10cm) en dus veel nauwkeuriger de route en relatie tot bepaalde objecten kan weergeven om een interesseprofiel te berekenen. Vandaar dat voor deze case UWB de meest opportune technologie is.

3.2 Analyse infrastructurele behoeftes

Musea en cultuurgebouwen zijn vaak lastige gebouwen voor technische interventies. Ze bestaan vaak uit oudere gebouwen die beschermd zijn als onroerend erfgoed en met beperkte connectiviteit en stroomvoorzieningen voor IoT toepassingen. Ook de gebruikte materialen maken het ook soms moeilijk om draadloze signalen ver te dragen.

We hebben voor deze analyse vooral de focus gelegd op de drie partners, Design Museum Gent, De Krook en de Venetiaanse Gaanderijen in Stad Oostende.

Design Museum Gent

Context gebouw

Het Design Museum Gent bestaat vandaag uit 3 verschillende vleugels, het stadspaleis Hotel de Coninck (18de eeuw) aan de Jan Breydelstraat met de hoofdingang, de museumshop en ongeveer 480 m² expositieruimte, een vleugel uit 1992 palend aan de historische binnentuin met ongeveer 1.900 m² expositieruimte en het Huis Leten met een 16de-eeuwse kern aan de Drabstraat, waar de kantoren zich bevinden. In 2023 komt daar een vierde vleugel bij in de Drabstraat die opnieuw 2000m² zal vrijgeven voor horeca, shop en tijdelijke tentoonstellingen.

Structuur gebouw

Doordat we het museum vandaag bestaat uit drie verschillende vleugels is er een extra complexiteit aanwezig gezien de noden en vereisten in elke vleugel telkens anders zijn.

  • Hotel de Coninck uit de 18de eeuw is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed en tevens ook als beschermd monument[1] waardoor aanpassingen aan het interieur gevoelig zijn. Door gebrek aan valse plafonds en brede plafondlijsten kan je ook niet zomaar in de hoeken van de kamers sensoren installeren. Dit was ook deels de reden waarom niet opteerden voor deze vleugel in de testperiode. Er werd wel een anti-diefstal apparaat geïnstalleerd in de ingangsportaal van de Jan Breydelstraat om te vermijden dat mensen met de sensoren wegliepen. En we hebben hier communicatiemateriaal vanuit WP6 opgehangen om duidelijk te maken dat bezoekers van deze dienstverlening konden gebruik maken in de testperiode. Beide hadden geen impact op de infrastructuur van het gebouw. Doordat de ticketbalie zich in dit gedeelte bevond, was dit ook de plek waar de sensoren werden uitgedeeld aan de bezoekers.

  • Huis Leten met een 16de eeuwse kern is teven aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed en beschermd monument[2]. Dit gedeelte van het museum is niet publiek toegankelijk en bevat voornamelijk de burelen van de medewerkers. Dit gedeelte is wel belangrijk omdat hier de patchkast en internetverbinding binnenkomt waardoor alle bedrade systemen hier moeten uitkomen. Er is via de kelders een schacht richting de vleugel van 1992 voor de nodige bekabeling te trekken.

  • De vleugel 1992, ontworpen door Willy Verstraete staat niet in de inventaris onroerend erfgoed. In functie van de tentoonstellingen kunnen de vloeren van dit moderne gedeelte in de hoogte versteld worden door middel van een hydraulische lift in het centrale deel van het gebouw. Het bestaat voornamelijk uit grote betonstructuren en glaspartijen.

Infrastructurele uitdagingen bij testopstelling

Onze analyse in dit gebouw slaat vooral op de vleugel van 1992 gezien deze ook gebruikt werd voor de testopstelling op het 1ste verdiep. Rond dit hydraulisch platform is een betonstructuur aanwezig. De grootste ingreep tijdens de opstelling was het bedraden en connecteren van de ankers, de sensoren die in verbinding staan met de tags die de bezoekers meekrijgen. Hiervoor moest nog een nieuwe UTP (internetkabel) verbinding gemaakt worden in het valse plafond overheen de 12 geplaatste sensoren. Deze bedrading kwam uit op een zijschacht waar de black box of gateway van de leverancier kwam te staan en deze ging via een internetkabel naar de burelen waar de patchkast voor het internet stond. Hierbij werd al snel duidelijk dat een vlottere manier van bekabelen en nabijheid van patchkasten belangrijk zijn om dergelijke infrastructuur snel op te zetten.

De bekabelingswerken, die werden opgevolgd door Facility Management van de Stad Gent ism Design Museum Gent en uitgevoerd door de raamcontractant Fabricom, startten op 20 maart 2019 met een voorbereidende site survey. De eigenlijke werkzaamheden startten op woensdag 27 maart 2019, waarna er vervolgens in totaal 4 woensdagen lang werd gewerkt (woensdag is de sluitingsdag van het museum). De afwerking vond plaats op woensdag 17 april 2019 en betrof het plaatsen van de sensoren zelf. Digipolis (Foresight en Systeembeheer) en Pozyx, de leverancier van de hardware, waren in alle fasen nauw betrokken en leverden steeds tijdig de nodige info aan bij Fabricom, zodat een vlotte uitrol werd mogelijk gemaakt.

Venetiaanse Gaanderijen

Context gebouw

Op vraag van koning Leopold II ontwierp Henri Maquet in 1900 de eerste Koninklijke gaanderij: een L-vormige, gesloten en overdekte verbinding tussen het koninklijk chalet en een groot salon in achthoekige vorm. De galerij is nu gekend onder de naam ‘Venetiaanse Gaanderijen’, verwijzend naar de classicistische architectuur van Venetië. Toen de Koninklijke familie besliste niet langer gebruik te maken van haar verblijfplaats aan zee, kreeg de stad Oostende het hele complex in concessie. Het moest een culturele bestemming krijgen. De Venetiaanse Gaanderijen werden in 1998 – 1999 gerenoveerd en zijn nu een tentoonstellingsruimte.

Structuur gebouw

De Venetiaanse Gaanderijen is een beschermd gebouw, met heel wat voorzetwanden om de werken, objecten of kunst tegen te plaatsen, zonder beperkt te zijn door de structuur van de muren en ramen in de scenografie. Hier en daar staan ook scheidingswanden in de middenzaal. Indien het museum wil werken met een permanent indoor positioneringssysteem zal er dus eerder moeten gewerkt worden met implementaties in het plafond. De enige ingrepen in deze plafond zijn rooksensoren of alarmsystemen en de ophanging van de verlichting. Er is maar 1 plek met internetverbinding in een berging in het begin van de middenzaal, dus voor Power over ethernet is daar zeker een mogelijkheid, er zijn tevens drie WiFi access points geïnstalleerd overheen het gebouw.

Er is een balie aanwezig met permanentie voor het uitdelen van sensoren en slechts 1 in- en uitgang waardoor ook geen sensoren verloren gaan.

Door de beperkte ruimte (2 gangen en 1 grote open ruimte) is wayfinding een beperkte nood, maar kan het wel helpen om mensen te begeleiden naar de verschillende plekken. Er is geen lineair pad, dus soms kan iemand wel een bepaalde gedeelte van een tentoonstelling missen.

Het gebruik van voorzetwanden maakt het ook makkelijk om een combinatie van technologieën in te zetten, gezien de bekabeling makkelijk kan ingezet en verstopt worden. Denkt zo maar aan NFC tags, laserogen om op specifieke plekken passantentellingen te doen enz. Dit vergt wel de nodige kennis binnen het scenografie team om dergelijke systemen te integreren en verbinden. Maar gezien de beperkte nood aan bandbreedte zou dit ook met draadloze systemen moeten lukken. Een diepere analyse is terug te vinden in Bijlage 11.

De Krook

Afbeeldingsresultaat voor de krook

De Krook (het gebouw) is op 10 maart 2017 in gebruik genomen als (semi-)publieke ontmoetingsplek voor alle Gentenaars op zoek naar kennis, cultuur, ontspanning en innovatie met als drijvende kracht de Gentse stadsbibliotheek. Andere hoofdbewoners zijn de UGent en R&D-speler imec. Sinds haar opening heeft het gebouw ongeveer dubbel zoveel bezoekers als de vroegere Gentse Stadsbibliotheek, wat ervoor zorgt dat bezoekers vaak moeite hebben om een vrije zitplek te vinden. Er werd dus op zoek gegaan naar technologische oplossingen om bezoekers makkelijker naar een vrije plek toe te leiden, of in ieder geval te kunnen aangeven wanneer er geen vrije plekken meer zijn (op elk van de verschillende verdiepingen). Daarenboven kan dezelfde technologie misschien ingeschakeld worden om bezoekers toe te leiden naar bepaalde delen uit de collectie van de bibliotheek, of naar een station in een van de vele tijdelijk exposities die in het gebouw plaatsvinden.

De Krook is uitgerust met UTP-bekabeling in de plafonds, die momenteel de in het gebouw aanwezige bluetooth beacons voeden. Deze beacons zijn gebaseerd op het modulaire OCTA-connect framework. Idealiter sluiten nieuwe sensoren aan op dit framework, zodat zijn ook gebruik kunnen maken van dezelfde behuizing.

Conclusies Infrastructurele behoefte

We kunnen de infrastructurele drempels overstijgen vanuit een infrastructurele of productaanpassing.

  • Als het gaat om een productaanpassing moeten we samen met leveranciers nadenken over sensoren die stroom krijgen via de lichtrails voor directe verlichting. Zowel Design Museum Gent als de Venetiaanse Gaanderijen hebben dit overal voorzien, net zoals de meeste andere musea. De Krook is een uitzondering die enkel directe verlichting voorziet. De technische beperking is dat deze lichtrails geen datacapaciteit hebben en moet de technologie dan via WiFi of een mesh netwerk kunnen connecteren en moet de sensor zelf omnidirectioneel inzetbaar zijn, gezien lichtrails niet per se in de hoeken van de kamers geïnstalleerd worden.

  • Als het gaat om infrastructurele aanpassingen zullen musea vandaag grotere investeringen moeten doen in POE netwerken, ofwel power-over-ethernet. Dat betekent dat je met 1 internetkabel zowel data als stroom kan doorsturen. Vaak is deze infrastructuur nog niet voorzien, enkel wel bij modernere gebouwen zoals De Krook.

Verschil tussen closed en open (third) spaces

Voor het gebruik van sensoren die bezoekers dragen om te traceren zit je met de harde voorwaarde dat er een balie is die als menselijke interactie dient en ook deels bottleneck waar de technologie kan voorgesteld en doorgegeven worden. Ook in de Krook lopen mensen snel binnen en buiten door de vele interactievormen (studeren, iets drinken of eten, boek ontlenen, rustplek, lezen, vergaderingen, workshops bijwonen,...)

De technologie die wij dus hebben gevalideerd binnen Design Museum Gent is minder geschikt voor open publieke ruimten waar mensen voor variabele doeleinden en variabele periodes passeren. Daar raden we aan om technologie te zoeken zonder tags of die connecteert met de persoonlijke toestellen van de bezoeker.

Andere aanbevelingen overheen de drie sites

  1. Zorg bij de planning van nieuwe infrastructuur voor voorzieningen om later bekabeling langs te doen. Dit kunnen wachtbuizen zijn, of bijvoorbeeld UTP (cat 5 of 6) kabels.

  2. Hou bv. rekening met uitbreidbaarheid wanneer er nieuwe bekabeling komt voor bijvoorbeeld een alarm- of brand- of andere veiligheidsinstallaties.

  3. Hou ook rekening met het feit dat het onthaal ook geïmpacteerd is door de implementatie van zo’n systeem. In zowel signalisatie, informatie en opslag van sensoren, maar evengoed ook oplaadmogelijkheden.

3.3 Analyse recommendation engines en machine learning

We hebben voor dit onderzoek de focus gelegd op het IoT gedeelte, maar om informatie op maat aan te bieden of interesseprofielen te genereren heb je een recommendation engine nodig die al dan niet aangestuurd wordt door artificiële intelligentie (machine learning). Gezien daar de mogelijkheden legio zijn en we beperkte tijd hadden om dit te onderzoeken hebben we ons vooral gebaseerd op wat de aanbieders toonden.

Dit is een kort overzicht van wat is voorgesteld, en de wezenlijke en aantoonbare resultaten hiervan.

Machine learning

Machine learning werd aangewend om een verband te scheppen tussen de parameters die de sensoren registreren te correleren met het gedrag van de dragers. Hiertoe werden vrijwilligers een route gegeven die men moest lopen terwijl de tracking deze beweging registreerde.

Recommendation Engines

Bij het pitchen hadden veel aanbieders eerder de insteek om persona’s te maken, en dus bezoekers in te delen in verschillende vooraf gedefinieerde klassen.

We twijfelden over twee zaken:

  1. Welke klasse van aanbevelingen gaan we aanbieden? Events, onroerend erfgoed, handelszaken, toeristische plekken uit de visit gent site.

  2. Hoe gaan we die gekozen suggesties kunnen matchen aan de kunstwerken die tentoongesteld worden?

  3. Hoe kunnen we onderzoeken of de suggesties ook nuttig zijn, als de mensen blij zijn met een bepaalde suggestie dan moet dat antwoord verzwaard worden in het neuraal net, indien ze er niet blij mee zijn moet het neuraal net dit ook kunnen leren.

De aanwezigheid van metadata speelt ook een grote rol in het genereren van suggesties. Dit gaat over metadata mbt de objecten, in de musea, maar zeker ook naar metadata mbt de suggesties waarmee gematcht kan worden. Klassieke inventaris software zal bepaalde parameters opslaan, maar andere missen. Denk daarbij aan een parameter als ‘spreekt kleine kinderen aan’. Zie voor meer info het eindrapport van Crunch Analytics.

3.4 Aankoop en installatie IOT POC

Het aantrekken van innovatieve IoT bedrijven via een “klassiek” procurement proces is niet evident. Daarvoor hebben we gekozen voor een meer innovatieve manier van aanbesteden die binnen Digipolis de FAST Procedure wordt genoemd. Hierbij gaan we niet zozeer een oplossing definiëren naar de markt toe, maar eerder een brede vraag stellen zonder vooraf al technologische keuzes te maken. Dit leek ons een goede manier om de efforts van 6.4 rond marktconsultatie direct al mee te nemen nog voor de POC (Proof-of-concept) werd aangekocht.

Proces

We hebben ruwweg 3 maanden nodig gehad voor de gunning van deze POC. De keuze is uiteindelijk gegaan om de aankoop van de hardware, de opzet van de recommendation engine en de webapplicatie te bundelen in 1 aanbesteding, waarbij consortia van meerdere kleinere bedrijven welkom waren. Dit garandeerde een goede match tussen de verschillende aanbieders waardoor de voorbereidingsfase geen achterstand opliep.

Om een divers publiek aan leveranciers te bereiken hebben we zowel online als offline acties ondernomen. We hebben een lijst opgesteld van IOT en AI bedrijven in Vlaanderen die mogelijks een oplossing hadden. We hebben via de social media kanalen van Digipolis Gent en Foresight Gent de boodschap van deze aanbesteding verspreid en we hebben ook een pitch plek gekregen op het Innovatief Bedrijfsnetwerk (IBN) event in The Beacon op 12 december die georganiseerd werd door Ingrid Reynaert van AGORIA.

We hebben de meeste leveranciers doorverwezen naar onze eigen infoavond op 19 december waarin we dieper ingaan op de uitdaging en het aanbestedingsproces. Hierop waren 55 mensen aanwezig. Uiteindelijk hebben op op 8 januari om 10:30 5 bedrijven of consortia ingediend en kregen zijn op een pitchronde op 16 januari van 13:00 tot 17:00 de kans om hun oplossing verder toe te lichten. De gunning gebeurde op 4 februari.

Na grondige overweging is er gekozen voor de offerte van Crunch Analytics en Pozyx, die zowel interessante technologie aan te bieden hadden, maar ook proactief nadachten over hoe we deze in de testperiode konden implementeren met een duidelijk plan van aanpak.

Testopzet

De keuze is gegaan voor de offerte van Crunch Analytics, een data analyse bedrijf, die samen met hardware provider Pozyx een gezamenlijk voorstel hebben ingediend. Terwijl Pozyx de hardware en begeleiding bij het installatieproces voorzag, was dat voor Crunch Analytics het analyseren van de data en dit vertalen naar een eindgebruiker applicatie voor de bezoekers en een dashboard voor het museum zelf.

Hardware

In bijlage 10 vind u een gedetailleerde beschrijving van het plaatsingsplan.

Door de keuze van Ultra Wide Band technologie zit je snel in een systeem van anchors en tags. De anchors zijn de ontvangers die in het plafond moeten geïnstalleerd worden zoals beschreven in 3.2 en de tags zijn de zenders die we aan bezoekers willen meegeven om hun positie te traceren in het museum. Om deze tags te doen passen in de branding en de opzet van het museum heeft de leverancier de 25 beschikbare sensoren in een polyurethaan laten gieten in de vorm van het museum logo (zie afbeelding).

De installatie van de anchors en de oplevering van de op maat gemaakt tags viel op 17 april, waardoor de Crunch Analytics aan de slag kon met het bouwen van de applicaties en de achterliggende recommendation engine.

3.5 Bouwen en integreren van applicatie

Samen met de recommendation engine zijn er in in de testfase 2 applicaties gebouwd door Crunch Analytics.

  1. Een applicatie die de bezoeker te zien kreeg op het einde van het bezoek via een iPad Pro die vast gemonteerd was aan de vestiaire en in de giftshop. Hiermee kon de bezoeker zijn interesseprofiel en aanbevelingen voor andere design gerelateerde plekken in de stad bekijken. Zie bijlage 12.

  2. Anderzijds een dashboard in Power BI die het toelaat voor curatoren en museummedewerkers om inzicht te krijgen in hoe bezoekers het museum ervaren. Deze data was een anonieme aggregatie van de bezoekersdata. Zie bijlage 13.

Bijlage 14 gaat veel dieper in op de opbouw en totstandkoming van beide applicaties.

Bijlage:

Bijlage 9: SoTa Rapport van imec op basis van de individuele credits. Deze geven een overzicht van de types hardware om aan indoor positionering te doen.

Bijlage 10: Plaatsingsplan van Pozyx, bevat voornamelijk ook de infrastructurele analyse van Design Museum Gent

Bijlage 11: Infrastructureel plan en analyse Venetiaanse Gaanderijen

Bijlage 12: Schermen van de user-interface voor bezoekers

Bijlage 13: Schermen van de dashboard voor museummedewerkers

Bijlage 14: Data rapport bevat de opzet van de recommendation engine en user-interface die opgezet werd door Crunch Analytics.